De MAP sensor

Manifold Atmosphere Pressure Sensor

MAP sensor
Een intern te plaatsen MAP sensor 2,5 bar (1,5 bar boost)

Deze sensor wordt gebruikt om de luchtdruk achter de gasklep, dus in het inlaatspruitstuk, te meten. De hoeveelheid zuurstof in de inlaat verhoudt zich volgens de wet van Boyle: 

(Pressure x Volume) / Temperature = Constant

Deze sensor is na de krukas-positiesensor de meest belangrijke sensor, deze sensor bepaald samen met de luchtinlaat temperatuur sensor hoeveel zuurstof er de motor binnenkomt.

De brandstofhoeveelheid berekening op basis van de MAP sensor en toerental noemen we "Speed-density". Zetten we het toerental uit tegen de MAP sensor waarde en kunnen we een kenveld voor de inspuitingstijd samenstellen. Hieronder ziet u zo'n kenveld:

Kenveld
X-as: Toerental
Y-as: MAP waarde
Z-as: de inspuithoeveelheid

Hier dienen we wel een opmerking te maken: indien een motor is voorzien van Individual Throttle Boddies (ITB's) dan is deze sensor beperkt toepasbaar.

ITB's
ITB's op een Volvo 240 B23 Hybrid Alpha-N blending 

Ook bij een klein plenum-volume (inlaatspruitstuk-kamer-volume) in combinatie met een nokkenas met groot klepoverlap kan deze sensor minder goed functioneren. Er kan dan worden overgeschakeld op een alternatieve berekening van het toerental en gasklep-positie. Deze berekening noemen we "Alpha-N" Er is met de meeste systemen een combinatie mogelijk van deze 2 methoden: Hybrid Alpha-N. De Adaptronic heeft een dusdanig uitgebreide mogenlijkheden dat ze ITB's in combinatie met een turbo / compressor aan kan (zoals de Nissan Sunny GT-R). Dit door de MAP waarde met de TPS waarde te vermenigvuldigen en voor beide sensoren een eigen kenveld te gebruiken. Meer over Alpha-N onder hoofdstuk TPS sensor.

MAP sensor
Externe MAP sensor 3 bar. (2 bar boost)

De MAP sensor is er in diverse uitvoeringen en drukken. Zo zal het juiste model met de juiste werkdruk moeten worden gekozen voor de toepassing. De MAP sensor geeft een spanning van 0-5 volt af. Als we een 2,5 bar sensor nemen dan is de spanning bij 2,5 bar (1,5 bar turbodruk) 5 volt. Zouden we voor een motor met een laaddruk van 1 bar een 4 bar sensor inzetten dan komt de spanning nooit boven de 2,5 volt en missen we resolutie en is de sensor minder precies. Het type sensor met de bijbehorende spanningen is in de software van de motor management systemen te calibreren.

Er komen nog wel eens storingen voor met de MAP sensor. Maar dit is eigenlijk nooit de MAP sensor zelf die de storing veroorzaakt. Wat voorkomt is dat de vaccuumleiding los kan schieten of gaat lekken. Het is zaak bij een systeem dat werkt op de "speed-density blending" methode de vaccuumslangen goed uit te voeren en de juiste slang te gebruiken. Deze mag niet zacht worden als ze opwarmt onder de motorkap. De lengte van de slang is minder belangrijk. Bij testen gaf een slanglengte van meer dan 20 meter pas een geringe afwijking in de meting. Een kleine luchtlek kan echter grote gevolgen hebben.

 
< Vorige   Volgende >